Een versie van dit artikel specifiek geschreven voor praktijkondersteuners in de huisartsenpraktijk is hier te vinden. Dit vormde het afsluitende stuk van de serie Zicht op Onderzoek in het Tijdschrift voor Praktijkondersteuning van het NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap).
Volgens Evidence Based Medicine (EBM) moet je de keuze voor een behandeling baseren op wetenschappelijk bewijs. Maar wat telt als echt 'wetenschappelijk'? En wat telt als echt 'bewijs'? Wetenschappelijke artikelen (ook wel 'de literatuur' genoemd) zijn de meest gecontroleerde, gestandaardiseerde en geaccepteerde dragers van wetenschappelijk bewijs. Maar veel artikelen sluiten niet helemaal op elkaar aan of spreken elkaar zelfs tegen. Wat moet je dan geloven? Het nieuwste of juist het meest geciteerde artikel? Of het artikel in het bekendste tijdschrift? Dat is voor wetenschappers al geen gemakkelijke opgave, laat staan voor mensen die er niet dagelijks mee bezig zijn.
Dat iets gepubliceerd staat in een wetenschappelijk tijdschrift betekent niet zonder meer dat het volledig betrouwbaar is. Verkeerde aannames of bevooroordeelde onderzoeksmethoden zijn altijd een risico in de wetenschap, maar ook onbewuste rekenfoutjes en opzettelijke fraude komen helaas voor. Zelfs gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften zijn zeker niet altijd veilig, omdat hun focus vaak meer ligt bij de nieuwswaarde en originaliteit van een onderzoek dan bij de wetenschappelijke zorgvuldigheid.
Voor een wetenschapper vallen overal sceptisch naar kijken en alles in twijfel trekken onder de belangrijkste functie-eisen, maar dat niet echt een optie als je op zoek bent naar antwoorden. Aan de andere kant: hoewel wetenschappelijk artikelen onder de meest betrouwbare bronnen vallen, is blind vertrouwen duidelijk ook geen goede aanpak. Daarom in dit stuk wat praktische tips om de literatuur zelf kritisch te kunnen lezen.
Posts tonen met het label Wetenschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wetenschap. Alle posts tonen
Graviola als medicijn tegen kanker: waar of niet waar? Wat zegt de wetenschap nu echt?
Op een vorig artikel op dit blog over kankermedicijnen kreeg ik de volgende vraag (van Anonym):
"oke en waarom moet ik dan lezen dat er mensen zijn en zelfs iemand ontmoet die van kanker is genezen door het nemen van het middel graviola kunt u mij daar ook antwoord op geven"Omdat er misschien meer mensen met dezelfde vraag zitten, hier mijn volledige antwoord:
De wetenschap moet nu echt eens met zijn tijd mee gaan!
over publiceren, samenwerken en open access in de wetenschap

Grootse wetenschappelijke ontdekkingen zijn waardeloos als ze niet gedeeld worden. Kennis kan namelijk niet worden gebruikt als het zit opgesloten in het hoofd van de wetenschapper. Wetenschappers moeten hun ontdekkingen dus delen met de wereld. Gelukkig zijn er voor het delen van informatie tegenwoordig ontzettend veel mogelijkheden doordat zo'n beetje alles en iedereen verbonden is met het internet.
Maar hoewel het internet van origine is ontwikkeld door wetenschappers om informatie-uitwisseling tussen wetenschappers efficiënter te maken, hebben wetenschappers er in hun communicatie nog maar beperkt gebruik van gemaakt (zeker als je het vergelijkt met hoe de rest van de wereld het internet voor communicatie gebruikt). Nee, de belangrijkste vorm van communicatie tussen wetenschappers is eigenlijk al bijna 400 jaar niet veranderd. Toegegeven: het zit nu in een digitaal jasje als PDFje en de verspreiding gaat grotendeels via het internet, maar feitelijk zijn het nog steeds wat onveranderbare papiertjes met basale tekst, platte grafieken en statische tabellen. Dé manier dat wetenschappers informatie delen is namelijk nog steeds via wetenschappelijke artikelen in wetenschappelijke tijdschriften.
Het wordt dus tijd dat de wetenschap met zijn tijd mee gaat! Nu kun je denken: waarom iets veranderen wat al eeuwen prima werkt? Nou: omdat het inmiddels niet meer prima werkt. Sterker nog: deze 'ouderwetse' manier van communiceren houdt vooruitgang in de wetenschap nu zelfs tegen!
De Wetenschapsvisie 2025 - Wat je moet weten
In een select gezelschap werd afgelopen woensdag de "Wetenschapsvisie 2025: keuzes voor de toekomst" gepresenteerd, waarin het ministerie van OCW duidelijk maakt wat zij de komende 10 jaar aan die 'W' (van wetenschap dus) willen doen. Geheel passend bij deze wetenschapsvisie was het een indrukwekkende en interessante avond. Ook goed passend was de locatie, het Drijvend Paviljoen in Rotterdam, een innovatief en futuristisch experiment op zich. Minister Jet Bussemaker en staatsecretaris Sander Dekker waren uiteraard aanwezig, maar ook bijvoorbeeld Robbert Dijkgraaf (die de dag erna in de DWDD University een college gaf over 'Het Oneindige'). Daarnaast waren er ook mensen van wetenschappelijke en maatschappelijke organisaties, uit het bedrijfsleven en de topsectoren, en 'jong talent'. Deze grote diversiteit aanwezigen kwam uit de vele groepen die betrokken waren geweest bij het ontwikkelen van de wetenschapsvisie en was ook goed terug te vinden in de presentaties van die avond.
Een presentatie die in het bijzonder opviel was die door Lilian Menu van PCDI. Ze vroeg aandacht voor een betere voorbereiding van wetenschappers op carrièremogelijkheden buiten de universiteit, vooral ook omdat er voor het overgrote deel van de promovendi geen arbeidsplaats is in de wetenschap. Op veel universiteiten en instituten heerst nog een taboe om te praten over een carrière buiten de wetenschap. Er wordt door professoren en onderzoeksleiders nog maar wat vaak volgehouden dat elke baan buiten de wetenschap een 'stap terug' is en alleen onsuccesvolle wetenschappers daar terecht komen. Niets is minder waar: een promotieopleiding is een goede stap voor heel veel diverse banen buiten de wetenschap. Promotiestudenten moeten daarom meer ruimte krijgen om zich te verdiepen in die carrièremogelijkheden en zich er beter op voor te bereiden. Het punt van PCDI sloot ook goed aan op enkele punten in de wetenschapsvisie, maar wat stond daar nu precies allemaal in? De meeste Nederlandse kranten pikte veelal enkele kleine dingetjes uit de wetenschapsvisie en bliezen die erg op. Daarom hier mijn (uitgebreide en meer gebalanceerde) samenvatting van wat er nou echt allemaal in staat, met daarbij links naar eerdere posts van dit blog over die onderwerpen.
Een presentatie die in het bijzonder opviel was die door Lilian Menu van PCDI. Ze vroeg aandacht voor een betere voorbereiding van wetenschappers op carrièremogelijkheden buiten de universiteit, vooral ook omdat er voor het overgrote deel van de promovendi geen arbeidsplaats is in de wetenschap. Op veel universiteiten en instituten heerst nog een taboe om te praten over een carrière buiten de wetenschap. Er wordt door professoren en onderzoeksleiders nog maar wat vaak volgehouden dat elke baan buiten de wetenschap een 'stap terug' is en alleen onsuccesvolle wetenschappers daar terecht komen. Niets is minder waar: een promotieopleiding is een goede stap voor heel veel diverse banen buiten de wetenschap. Promotiestudenten moeten daarom meer ruimte krijgen om zich te verdiepen in die carrièremogelijkheden en zich er beter op voor te bereiden. Het punt van PCDI sloot ook goed aan op enkele punten in de wetenschapsvisie, maar wat stond daar nu precies allemaal in? De meeste Nederlandse kranten pikte veelal enkele kleine dingetjes uit de wetenschapsvisie en bliezen die erg op. Daarom hier mijn (uitgebreide en meer gebalanceerde) samenvatting van wat er nou echt allemaal in staat, met daarbij links naar eerdere posts van dit blog over die onderwerpen.
Waardering voor de wetenschap: een Duitse les? (Weekend van de Wetenschap)
Afgelopen weekend was het Weekend van de Wetenschap: waar iedereen 'backstage' een kijkje kan nemen in de wereld van wetenschap & technologie. Het mooie aan het Weekend van de Wetenschap is dus dat je dingen te zien krijgt die je normaal niet zomaar te zien krijgt (en dan ook nog met een goede uitleg). Echt een aanrader dus!
Voor mij als wetenschapper daarom niet het lab in, maar juist een stap richting de 'gewone burger'. Ik bezocht daarom de presentatie en discussie: "Waardering voor de Wetenschap (een Duitse Les)?". Georganiseerd door het Duitsland Instituut Amsterdam (DIA) samen met de Adviesraad voor het Wetenschap, Technologie & Innovatie (AWTI), werd hier de vraag gesteld of het in Duitsland beter gesteld was met hoe er naar de wetenschap gekeken wordt en waarom. Oftwel: is het gras groener bij de buren?
Voor mij als wetenschapper daarom niet het lab in, maar juist een stap richting de 'gewone burger'. Ik bezocht daarom de presentatie en discussie: "Waardering voor de Wetenschap (een Duitse Les)?". Georganiseerd door het Duitsland Instituut Amsterdam (DIA) samen met de Adviesraad voor het Wetenschap, Technologie & Innovatie (AWTI), werd hier de vraag gesteld of het in Duitsland beter gesteld was met hoe er naar de wetenschap gekeken wordt en waarom. Oftwel: is het gras groener bij de buren?
Met beleid de wetenschap verbeteren (interview)
De wetenschap functioneert niet optimaal.
Om maar wat te noemen: fraude in de wetenschap lijkt steeds meer voor te komen, er is een waarderingssysteem die meer dan eens met die van de bankenwereld is vergeleken en belastinggeld bedoeld voor onderzoek lijkt in de zakken van commerciële bedrijven te belanden. Steeds meer wetenschappers zijn dit soort dingen zat en gaan op zoek naar andere banen. Ik ben dit ook aan het overwegen, maar dan juist om dit soort problemen aan te gaan pakken. Op een congres (ESOF 2014) vorige maand werd ik over die plannen en ideeën geïnterviewd. Vorige week kwam het interview uit op het blog van Naturejobs. Hieronder de (met toestemming) naar Nederlands vertaalde versie.Interview met Gerjon Ikink: Met beleid de wetenschap verbeteren
Wetenschap, soms best wel burgerlijk
Over democratisering van de wetenschap en 'Citizen Science'

Vroeger konden wetenschappers ergens weggestopt in een laboratorium in bijna volledig isolement hun ontdekkingen doen. Nieuwsgierigheid was zo'n beetje de enige drijfveer en resultaten werden alleen gedeeld met een handje vol collega's. Dat is al een tijdje verleden tijd. Tegenwoordig is de wetenschap steeds meer van iedereen, voor iedereen. De maatschappij wil minstens zien waar het belastinggeld voor onderzoek naar toe gaat. Bovendien neemt de kritische burger tegenwoordig niet alles maar zomaar aan: ze willen het zelf ook kunnen checken. Nu is ook dat niet altijd meer genoeg. Veel willen zelf ook mee doen in de wetenschap: een bijdrage leveren zonder meteen 'professional' te moeten zijn. Gelukkig kom je gewapend met een smartphone of PC met internet tegenwoordig al een heel eind als amateur-onderzoeker.
Wetenschapskunst: onderzoeksresultaten voor aan de muur!
Eerder in dit blog heb ik al eens geschreven dat ‘personalized medicine’ (therapie op maat) de belangrijkste weg vooruit is in de behandeling van kanker. ‘Personalized medicine’ is daarom al enige tijd een ‘hot topic’ in kankeronderzoek en het gebeurt ook al voor enkele vormen van kanker en op kleine schaal. Het Antoni van Leeuwenhoek (en daarmee het Nederlands Kanker Instituut, waar ik werk) wil er nu echt werk van gaan maken en dit doortrekken naar alle kankerpatiënten (hier uitgelegd bij De Wereld Draait Door). Dat is niet makkelijk, maar in principe wel technologisch en wetenschappelijk haalbaar. Het kost alleen een hoop tijd en in ieder geval een hoop geld.Samen met wat collega's zijn we daarom een actie gestart om dat hard nodige geld in te zamelen. We hebben namelijk de mooiste afbeelden uit het wetenschappelijk onderzoek in het Antoni van Leeuwenhoek verzameld. Een 'kijkje achter de schermen' dus. Deze beelden kun je bij ons bestellen voor thuis (of op je werk) aan de muur! Je hoeft niet iets te bestellen om bij te dragen aan deze actie: je kunt ook gewoon alleen doneren. Alle opbrengsten komen volledig ten goede aan het onderzoek voor ‘personalized medicine’ via de Antoni van Leeuwenhoek Foundation.

Op onze website kun je de beelden vinden die we verkopen en hoe je deze kunt bestellen. Ook vind je bij alle plaatjes een uitleg zodat je weet waar je naar kijkt en de wetenschap erachter een beetje leert kennen. Dus mooi, leerzaam en je helpt ook nog eens mee aan het onderzoek dat therapie op maat voor elke kankerpatiënt mogelijk moet maken!
Wetenschappers zijn ook maar mensen
Hoe ziet een wetenschapper er uit?
Laat me raden: het beeld in je hoofd (als op Google) is een grijze, oudere man in een lab met een bril op, witte jas aan en reageerbuisjes met felgekleurde vloeistoffen in zijn handen. Iemand die onbaatzuchtig zijn onderzoek doet in dienst van de mensheid.
Stereotype? Ja. Waarheid? Nauwelijks.
Maar hoe zien ze er dan wel uit, die wetenschappers?
Hoe vind en lees je een wetenschappelijk artikel? Een handleiding voor de niet-wetenschapper.
Een wetenschappelijk artikel is wel even wat anders dan een artikel in een populairwetenschappelijk tijdschrift of een post op een wetenschapsblog. Verre van aantrekkelijk om te zien en nog minder aantrekkelijk om te lezen: vreemde ‘hoofdstukken’, complexe plaatjes, technisch jargon en dan vaak ook nog droog en onpersoonlijk geschreven. Voor veel niet-wetenschappers is dat toch wel een groot obstakel om door zo'n artikel heen te komen, of zelfs om eraan te beginnen. Op verzoek hier mijn poging om dat obstakel te verkleinen met een ‘handleiding’ voor de wetenschappelijke literatuur: ‘wetenschap lezen voor dummies’ zeg maar.De mythe van 'wetenschappelijk bewijs': waarom de wetenschap niet goed begrepen wordt
Iets wetenschappelijk bewijzen? Dat kan niet...
Vertrouw me: ik ben een wetenschapper
Is de wetenschap nog wel te vertrouwen? Volgens de meeste Nederlanders wel, blijkt uit een onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en het Rathenau Instituut. Vorige week kwam hun onderzoeksrapport hierover uit. Het onderzoek is gebaseerd op een enquête onder 801 Nederlanders.
Van de 8 onderzochte instituties scoorde ‘de wetenschap’ zelfs het hoogst met een 7, terwijl zowel ‘de regering’ als ‘grote ondernemingen’ het laagst scoorden met een 5,5. Daartussen zat (van hoog naar laag) ‘de rechtspraak’, ‘de kranten’, ‘de vakbonden’, ‘de televisie’ en ‘de Tweede Kamer’. Vanwege communicatiefouten over de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker (HPV), onzorgvuldigheden (zacht uitgedrukt) rond klimaatonderzoek en de recente wetenschappelijke fraudezaken (door Stapel en Poldermans), was er angst voor een ‘crisis’ in vertrouwen van de wetenschap. Dat lijkt dus niet het geval, maar er kwamen wel enkele andere interessante resultaten naar boven.Ik ben tegen gelijke behandeling: 'personalized medicine' in kankertherapie
“Kanker over 20 jaar een chronische ziekte” kopte verschillende kranten vanochtend (zie bijvoorbeeld het AD). Dit verwijzend naar een uitspraak van het Antoni van Leeuwenhoek (hier valt het Nederlands Kanker Instituut ook onder, waar ik zelf promotieonderzoek doe*). Eigenlijk stelt het Antoni van Leeuwenhoek dat ze de 'realistische ambitie' heeft om over 20 jaar 90% van alle kankers chronisch te hebben gemaakt. Nou weet ik nog niet je dat echt zo stellig kunt beweren (toekomst voorspellen blijft immers lastig), maar wat zeker is is dat de ontwikkelen in onderzoek en technologie de komende 20 jaar een hoop mogelijk zullen maken. Het gaat in ieder geval niet makkelijk worden: eerder in dit blog heb ik al eens besproken hoe complex kanker eigenlijk is als ziekte. Ik noemde daar ook dat zogenaamde ‘personalized medicine’ een richting is dat we op moeten gaan (en al gaan) in kankertherapie. Oftwel: elke patiënt een gerichte en persoonlijke behandeling en dus therapie op maat.
‘Personalized medicine’ is al enige tijd een ‘hot topic’ in kankeronderzoek. Het gebeurt ook al voor enkele vormen van kanker en op kleine schaal, maar het Antoni van Leeuwenhoek wil dit nu doortrekken naar alle kankerpatiënten. Een ambitieus doel, maar in principe wel technologisch en wetenschappelijk haalbaar. Het is in ieder geval een vrij prijzig doel. Waarom? Nou, er zijn nogal wat stappen die genomen moeten worden voor een volledig effectieve ‘personalized medicine’ aanpak:
‘Personalized medicine’ is al enige tijd een ‘hot topic’ in kankeronderzoek. Het gebeurt ook al voor enkele vormen van kanker en op kleine schaal, maar het Antoni van Leeuwenhoek wil dit nu doortrekken naar alle kankerpatiënten. Een ambitieus doel, maar in principe wel technologisch en wetenschappelijk haalbaar. Het is in ieder geval een vrij prijzig doel. Waarom? Nou, er zijn nogal wat stappen die genomen moeten worden voor een volledig effectieve ‘personalized medicine’ aanpak:
Aan de rand van de wetenschap: politiek en beleid
Afgelopen week begaf ik me even aan het politieke randje van de wetenschap. Mooi op locatie zelfs in het nieuwe gebouw van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daar was namelijk via de Jonge Gezondheidsraad (JongGR) de workshop: Beleid voor dummies. En dat veel wetenschappers (nog) dummies zijn in beleid bleek al in het eerste college gegeven door Mariëtte van der Voet (Ministerie VWS) met meteen wat pittige ‘tentamenvragen’. Gelukkig was de zaal leergierig en werden ons de basics in rap tempo bijgebracht. En hierin zaten toch al wel wat mooie eye-openers.
Het medicijn tegen kanker bestaat niet
Waarom hebben we nog geen medicijn tegen kanker?
Het is een vraag dat ik regelmatig krijg doordat ik kankeronderzoek doe. Een begrijpelijke vraag, maar moeilijk te beantwoorden. Hét medicijn tegen kanker bestaat volgens mij namelijk niet. Kanker is een erg complexe ziekte (filmpje). Het idee dat er één medicijn voldoende zou zijn lijkt (en blijkt) erg naïef. Ik zal hier een poging wagen uit te leggen waarom kanker zo’n moeilijke ziekte is en hoe onderzoekers daar oplossingen voor proberen te vinden.
Wat journalisten blijkbaar nog moeten leren: statistiek in de wetenschap
Het geheim van het winnen van Nobelprijzen? Drink melk en eet chocolade!
Althans, dat moeten we helaas geloven als we sommige kranten lezen. Vorig jaar kopte kranten over de hele wereld namelijk al met zo'n titel over chocolade (bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, Frankrijk en ook in Nederland). Afgelopen week hetzelfde verhaal over melk en ook hier konden journalisten wereldwijd niet vanaf blijven (zoals in India, Zwitserland en België). Nu vind ik het een goede zaak dat wetenschappelijke ontdekkingen via de media bij de rest van de maatschappij terecht komen, maar dan moet het verhaal wel kloppen. Als journalist moet je de verantwoordelijkheid hebben om de waarheid te vertellen, zeker als het om wetenschap gaat. Pas na de waarheid kun je er een sensationele of grappige draai aan geven om het aantrekkelijk te maken om te lezen. Dus niet andersom.
Wat is er namelijk echt aan de hand? Beide verhalen zijn wel de wereld in gebracht door echte wetenschappers. Hun 'onderzoeken' zijn ook echt gepubliceerd in echte wetenschappelijke tijdschriften. Het artikeltje over chocolade stond zelf in de New England Journal of Medicine (NEJM): een van de meest invloedrijke medisch-wetenschappelijke tijdschiften. In beide gevallen was de bedoeling van wetenschappers echter om een waarschuwing te geven over het blind vertrouwen van statistiek. Ze wilden een discussie los krijgen in de wetenschappelijke wereld over dit belangrijke probleem. Hoe? Door een belachelijk onderzoek te publiceren, wat statistisch geweldig klopt, maar verder totaal niet logisch is.
De discussie over dit probleem kwam goed op gang onder wetenschappers. Jammer genoeg sloegen veel journalisten de plank volledig mis door juist de onzinnige onderzoeksresultaten de wereld in te sturen, in plaats van de echte boodschap. En wat helemaal jammer is, is dat het zeker niet een uitzondering is dat (wetenschaps)journalisten een onderzoek verkeerd naar buiten brengen of de beperkingen van de onderzoeken er niet bij vertellen. Als bonus heeft de wetenschappelijke wereld dus ook weer wat geleerd over de lakse houding van journalisten naar het checken van hun bronnen en de blinde 'sensatielust' van de media. Hopelijk hebben de journalisten ook iets bijgeleerd over statistiek.
Fraude in de wetenschap: waarom gebeurt het en wat kunnen we er tegen doen?
Een wetenschapper zou als doel moeten hebben de waarheid te ontdekken. Helaas zijn er de afgelopen tijd een aantal gevallen van fraude in de wetenschap aan het licht gekomen. Het meest recente geval (en ook een van de meest ernstige) is de zaak van Diekerik Stapel, waar 2 weken geleden het rapport over uit kwam. Ik ben ervan overtuigd dat het niet veel voorkomt, maar zelfs één zaak is al te veel. Een wetenschapper zou integriteit heel hoog in het vaandel moeten hebben staan, dus ben ik me gaan afvragen waarom een wetenschapper besluit tot het plegen van fraude.In mijn opleiding Biologie aan Wageningen University kreeg ik verspreid over de opleiding ook meerdere keren ethiek verwerkt in de vakken en projecten. Naast nog duidelijker inzien dat fraude zeer onethisch is, werd het tijdens de opleiding ook erg duidelijk dat het plegen van fraude zo’n beetje de meest ernstige misstap is die je kunt maken als wetenschapper. Als het uitkomt kun je je carrière verder wel vergeten: je zal nooit meer in de wetenschap worden geaccepteerd. Ook overstappen naar de (wetenschaps)industrie of politiek en beleid is dan heel erg moeilijk, zo niet onmogelijk. Dus waarom zou een wetenschapper dit riskeren? Blijkbaar is er ergens een heel sterke prikkel om toch dat enorme risico te nemen. Nu vraag ik me af: wat is die prikkel, waar komt het vandaan en vooral: wat kunnen we eraan doen?
Hoe wetenschappelijk onderzoek echt gaat...
Het algemene beeld van wetenschappelijk onderzoek en de werkelijkheid zitten nogal eens ver uit elkaar. Als wetenschapper vond ik het tijd om maar eens een realistisch beeld van hoe wetenschappelijk in het echt gaat de wereld in te sturen. Hieronder mijn pogingen in beeld en schrift.
Start: Je hebt een vraag.
Stap 1: Lang nadenken tot je een briljant idee hebt over het antwoord.
Stap 2: Uitvoeren in het laboratorium om je antwoord wetenschappelijk te bewijzen.
Stap 3: Je rent naakt door de straat terwijl je "Eureka!" roept en je wint de Nobelprijs als je idee echt heel briljant was.
In het echt gaat dat niet zo. Zo snel en recht-toe-recht-aan werkt de wetenschap alleen in films en TV series. Wetenschappelijk onderzoek in werkelijkheid gaat bijna nooit via zo’n ‘snelweg’. Het gaat eigenlijk altijd via omwegen vol met verkeersdrempels, stoplichten en doodlopende stukken. Bovendien moet je in de meeste gevallen de weg zelf nog aanleggen.
Het algemene beeld van wetenschappelijk onderzoek
Start: Je hebt een vraag.
Stap 1: Lang nadenken tot je een briljant idee hebt over het antwoord.
Stap 2: Uitvoeren in het laboratorium om je antwoord wetenschappelijk te bewijzen.
Stap 3: Je rent naakt door de straat terwijl je "Eureka!" roept en je wint de Nobelprijs als je idee echt heel briljant was.
In het echt gaat dat niet zo. Zo snel en recht-toe-recht-aan werkt de wetenschap alleen in films en TV series. Wetenschappelijk onderzoek in werkelijkheid gaat bijna nooit via zo’n ‘snelweg’. Het gaat eigenlijk altijd via omwegen vol met verkeersdrempels, stoplichten en doodlopende stukken. Bovendien moet je in de meeste gevallen de weg zelf nog aanleggen.
Hoe wetenschappelijk onderzoek dan wel echt gaat
Vijf extra redenen waarom alle wetenschappelijke publicaties Open Access zouden moeten zijn
Als je er niet mee bezig bent komt de term maar af en toe
eens naar boven: Open Access. Ontstaan
vanuit de wetenschap en voor de wetenschap, maar met voordelen ver daarbuiten.
Toch is er erg veel discussie over Open Access. Deze week was het Open Access week: goede reden
dus om ons er eens wat in te verdiepen.
Open Access komt kort gezegd neer op het voor iedereen gratis (online)
beschikbaar maken van informatie en deze informatie ook vrij laten hergebruiken
(geen strenge copyright dus). Ik weet dat er veel meer onder Open Access valt,
maar ik zal me hier vooral richten op het Open Access delen van
wetenschappelijke artikelen. Wetenschappelijke artikelen schrijven en
verpreiden is de manier waarop wetenschappers de resultaten van hun onderzoek
delen aan de rest van de wereld. Open Access betekent hier dus dat
wetenschappelijke artikelen gratis te lezen zijn door iedereen en dat de informatie in deze artikelen vrij
verspreid en gekopiëerd mogen worden. Voorwaarde hiervoor is alleen dat je de
bron (de wetenschappers die het geschreven hebben) van het artikel noemt (geen
copyright, maar CC-BY licentie).
Dit is erg mooi, maar niet de standaard.
Voor het grootste deel worden wetenschappelijke artikelen niet Open Access gedeeld, maar in wetenschappelijke tijdschriften gezet en daar vastgehouden door (meestal commerciële) uitgevers. Deze uitgevers vragen geld als je de artikelen wilt lezen en zorgen er met een copyright voor dat je deze artikelen alleen bij hen kunt krijgen. Probleem is dat de prijs van wetenschappelijke artikelen in de afgelopen 30 jaar met ruim 250% harder is gegroeid dan de inflatie (ook wel de "serials crisis" genoemd). Voor het lezen van één wetenschappelijk artikel betaal je al gauw 30 euro en voor abonnementen op wetenschappelijke tijdschriften worden astronomische bedragen gevraagd.
Wetenschappers moeten deze artikelen toch lezen, dus wordt er 'gewoon' voor betaald, (vooral) met belastinggeld. Het onderzoek dat in zo'n artikel staat wordt echter ook (bijna altijd) betaald met belastinggeld. Bovendien worden de wetenschappers die het onderzoek hebben gedaan en het artikel hebben geschreven ook betaald met (voornamelijk) belastinggeld. Daar komt bij dat er elk jaar steeds minder geld is voor onderzoek en voor bibliotheken, terwijl commerciële uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften elk jaar recordwinsten maken. Erg krom dus. Precies dit kromme is het belangrijkste punt dat het meeste naar voren wordt gebracht in discussies over Open Access. Hiermee wordt er naar mijn mening geen recht gedaan aan de andere argumenten en voordelen die Open Access met zich mee brengt. Hieronder 5 extra redenen om volledig over te stappen naar Open Access.
Open Access komt kort gezegd neer op het voor iedereen gratis (online)
beschikbaar maken van informatie en deze informatie ook vrij laten hergebruiken
(geen strenge copyright dus). Ik weet dat er veel meer onder Open Access valt,
maar ik zal me hier vooral richten op het Open Access delen van
wetenschappelijke artikelen. Wetenschappelijke artikelen schrijven en
verpreiden is de manier waarop wetenschappers de resultaten van hun onderzoek
delen aan de rest van de wereld. Open Access betekent hier dus dat
wetenschappelijke artikelen gratis te lezen zijn door iedereen en dat de informatie in deze artikelen vrij
verspreid en gekopiëerd mogen worden. Voorwaarde hiervoor is alleen dat je de
bron (de wetenschappers die het geschreven hebben) van het artikel noemt (geen
copyright, maar CC-BY licentie).
Dit is erg mooi, maar niet de standaard.Voor het grootste deel worden wetenschappelijke artikelen niet Open Access gedeeld, maar in wetenschappelijke tijdschriften gezet en daar vastgehouden door (meestal commerciële) uitgevers. Deze uitgevers vragen geld als je de artikelen wilt lezen en zorgen er met een copyright voor dat je deze artikelen alleen bij hen kunt krijgen. Probleem is dat de prijs van wetenschappelijke artikelen in de afgelopen 30 jaar met ruim 250% harder is gegroeid dan de inflatie (ook wel de "serials crisis" genoemd). Voor het lezen van één wetenschappelijk artikel betaal je al gauw 30 euro en voor abonnementen op wetenschappelijke tijdschriften worden astronomische bedragen gevraagd.
Wetenschappers moeten deze artikelen toch lezen, dus wordt er 'gewoon' voor betaald, (vooral) met belastinggeld. Het onderzoek dat in zo'n artikel staat wordt echter ook (bijna altijd) betaald met belastinggeld. Bovendien worden de wetenschappers die het onderzoek hebben gedaan en het artikel hebben geschreven ook betaald met (voornamelijk) belastinggeld. Daar komt bij dat er elk jaar steeds minder geld is voor onderzoek en voor bibliotheken, terwijl commerciële uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften elk jaar recordwinsten maken. Erg krom dus. Precies dit kromme is het belangrijkste punt dat het meeste naar voren wordt gebracht in discussies over Open Access. Hiermee wordt er naar mijn mening geen recht gedaan aan de andere argumenten en voordelen die Open Access met zich mee brengt. Hieronder 5 extra redenen om volledig over te stappen naar Open Access.
Een doctoraat in beeld gebracht
"Doctoraat", "promotieonderzoek", "promovendus zijn", "promoveren"...
Het betekent eigenlijk allemaal hetzelfde. In het Engels is er maar één woord voor: een "PhD". Tegenwoordig hoor je die term ook steeds vaker in Nederland. Er bestaan dus veel woorden voor, maar toch is het vaak moeilijk in woorden uit te leggen wat het nu eigenlijk is. Matt Might probeerde het daarom maar in afbeeldingen in "The Illustrated Guide to a Ph.D.". Een mooie samenvatting die ik zeker de moeite waard vond om even te vertalen: al was het maar vanwege de verwijzing naar het grote plaatje...
Stel dat deze circel alle kennis van de mensheid voorstelt:
Abonneren op:
Posts (Atom)









