Het medicijn tegen kanker bestaat niet

Waarom hebben we nog geen medicijn tegen kanker?

 
Het is een vraag dat ik regelmatig krijg doordat ik kankeronderzoek doe. Een begrijpelijke vraag, maar moeilijk te beantwoorden. Hét medicijn tegen kanker bestaat volgens mij namelijk niet. Kanker is een erg complexe ziekte (filmpje). Het idee dat er één medicijn voldoende zou zijn lijkt (en blijkt) erg naïef. Ik zal hier een poging wagen uit te leggen waarom kanker zo’n moeilijke ziekte is en hoe onderzoekers daar oplossingen voor proberen te vinden.

Wat journalisten blijkbaar nog moeten leren: statistiek in de wetenschap

Het geheim van het winnen van Nobelprijzen? Drink melk en eet chocolade!


Althans, dat moeten we helaas geloven als we sommige kranten lezen. Vorig jaar kopte kranten over de hele wereld namelijk al met zo'n titel over chocolade (bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, Frankrijk en ook in Nederland). Afgelopen week hetzelfde verhaal over melk en ook hier konden journalisten wereldwijd niet vanaf blijven (zoals in India, Zwitserland en België). Nu vind ik het een goede zaak dat wetenschappelijke ontdekkingen via de media bij de rest van de maatschappij terecht komen, maar dan moet het verhaal wel kloppen. Als journalist moet je de verantwoordelijkheid hebben om de waarheid te vertellen, zeker als het om wetenschap gaat. Pas na de waarheid kun je er een sensationele of grappige draai aan geven om het aantrekkelijk te maken om te lezen. Dus niet andersom.

Wat is er namelijk echt aan de hand? Beide verhalen zijn wel de wereld in gebracht door echte wetenschappers. Hun 'onderzoeken' zijn ook echt gepubliceerd in echte wetenschappelijke tijdschriften. Het artikeltje over chocolade stond zelf in de New England Journal of Medicine (NEJM): een van de meest invloedrijke medisch-wetenschappelijke tijdschiften. In beide gevallen was de bedoeling van wetenschappers echter om een waarschuwing te geven over het blind vertrouwen van statistiek. Ze wilden een discussie los krijgen in de wetenschappelijke wereld over dit belangrijke probleem. Hoe? Door een belachelijk onderzoek te publiceren, wat statistisch geweldig klopt, maar verder totaal niet logisch is.

De discussie over dit probleem kwam goed op gang onder wetenschappers. Jammer genoeg sloegen veel journalisten de plank volledig mis door juist de onzinnige onderzoeksresultaten de wereld in te sturen, in plaats van de echte boodschap. En wat helemaal jammer is, is dat het zeker niet een uitzondering is dat (wetenschaps)journalisten een onderzoek verkeerd naar buiten brengen of de beperkingen van de onderzoeken er niet bij vertellen. Als bonus heeft de wetenschappelijke wereld dus ook weer wat geleerd over de lakse houding van journalisten naar het checken van hun bronnen en de blinde 'sensatielust' van de media. Hopelijk hebben de journalisten ook iets bijgeleerd over statistiek.

Fraude in de wetenschap: waarom gebeurt het en wat kunnen we er tegen doen?

Een wetenschapper zou als doel moeten hebben de waarheid te ontdekken. Helaas zijn er de afgelopen tijd een aantal gevallen van fraude in de wetenschap aan het licht gekomen. Het meest recente geval (en ook een van de meest ernstige) is de zaak van Diekerik Stapel, waar 2 weken geleden het rapport over uit kwam. Ik ben ervan overtuigd dat het niet veel voorkomt, maar zelfs één zaak is al te veel. Een wetenschapper zou integriteit heel hoog in het vaandel moeten hebben staan, dus ben ik me gaan afvragen waarom een wetenschapper besluit tot het plegen van fraude.

In mijn opleiding Biologie aan Wageningen University kreeg ik verspreid over de opleiding ook meerdere keren ethiek verwerkt in de vakken en projecten. Naast nog duidelijker inzien dat fraude zeer onethisch is, werd het tijdens de opleiding ook erg duidelijk dat het plegen van fraude zo’n beetje de meest ernstige misstap is die je kunt maken als wetenschapper. Als het uitkomt kun je je carrière verder wel vergeten: je zal nooit meer in de wetenschap worden geaccepteerd. Ook overstappen naar de (wetenschaps)industrie of politiek en beleid is dan heel erg moeilijk, zo niet onmogelijk. Dus waarom zou een wetenschapper dit riskeren? Blijkbaar is er ergens een heel sterke prikkel om toch dat enorme risico te nemen. Nu vraag ik me af: wat is die prikkel, waar komt het vandaan en vooral: wat kunnen we eraan doen?

Hoe wetenschappelijk onderzoek echt gaat...

Het algemene beeld van wetenschappelijk onderzoek en de werkelijkheid zitten nogal eens ver uit elkaar. Als wetenschapper vond ik het tijd om maar eens een realistisch beeld van hoe wetenschappelijk in het echt gaat de wereld in te sturen. Hieronder mijn pogingen in beeld en schrift.

Hoe wetenschappelijk onderzoek in werkelijkheid gaat

Het algemene beeld van wetenschappelijk onderzoek


Start: Je hebt een vraag.

Stap 1: Lang nadenken tot je een briljant idee hebt over het antwoord.

Stap 2: Uitvoeren in het laboratorium om je antwoord wetenschappelijk te bewijzen.

Stap 3: Je rent naakt door de straat terwijl je "Eureka!" roept en je wint de Nobelprijs als je idee echt heel briljant was.

In het echt gaat dat niet zo. Zo snel en recht-toe-recht-aan werkt de wetenschap alleen in films en TV series. Wetenschappelijk onderzoek in werkelijkheid gaat bijna nooit via zo’n ‘snelweg’. Het gaat eigenlijk altijd via omwegen vol met verkeersdrempels, stoplichten en doodlopende stukken. Bovendien moet je in de meeste gevallen de weg zelf nog aanleggen.

Hoe wetenschappelijk onderzoek dan wel echt gaat

Vijf extra redenen waarom alle wetenschappelijke publicaties Open Access zouden moeten zijn

Als je er niet mee bezig bent komt de term maar af en toe eens naar boven: Open Access. Ontstaan vanuit de wetenschap en voor de wetenschap, maar met voordelen ver daarbuiten. Toch is er erg veel discussie over Open Access. Deze week was het Open Access week: goede reden dus om ons er eens wat in te verdiepen.  

Open Access komt kort gezegd neer op het voor iedereen gratis (online) beschikbaar maken van informatie en deze informatie ook vrij laten hergebruiken (geen strenge copyright dus). Ik weet dat er veel meer onder Open Access valt, maar ik zal me hier vooral richten op het Open Access delen van wetenschappelijke artikelen. Wetenschappelijke artikelen schrijven en verpreiden is de manier waarop wetenschappers de resultaten van hun onderzoek delen aan de rest van de wereld. Open Access betekent hier dus dat wetenschappelijke artikelen gratis te lezen zijn door iedereen  en dat de informatie in deze artikelen vrij verspreid en gekopiëerd mogen worden. Voorwaarde hiervoor is alleen dat je de bron (de wetenschappers die het geschreven hebben) van het artikel noemt (geen copyright, maar CC-BY licentie). Dit is erg mooi, maar niet de standaard.

Voor het grootste deel worden wetenschappelijke artikelen niet Open Access gedeeld, maar in wetenschappelijke tijdschriften gezet en daar vastgehouden door (meestal commerciële) uitgevers. Deze uitgevers vragen geld als je de artikelen wilt lezen en zorgen er met een copyright voor dat je deze artikelen alleen bij hen kunt krijgen. Probleem is dat de prijs van wetenschappelijke artikelen in de afgelopen 30 jaar met
ruim 250% harder is gegroeid dan de inflatie (ook wel de "serials crisis" genoemd). Voor het lezen van één wetenschappelijk artikel betaal je al gauw 30 euro en voor abonnementen op wetenschappelijke tijdschriften worden astronomische bedragen gevraagd.

Wetenschappers moeten deze artikelen toch lezen, dus wordt er 'gewoon' voor betaald, (vooral) met belastinggeld. Het onderzoek dat in zo'n artikel staat wordt echter ook (bijna altijd) betaald met belastinggeld. Bovendien worden de wetenschappers die het onderzoek hebben gedaan en het artikel hebben geschreven ook betaald met (voornamelijk) belastinggeld. Daar komt bij dat er elk jaar steeds minder geld is voor onderzoek en voor bibliotheken, terwijl commerciële uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften elk jaar
recordwinsten maken. Erg krom dus. Precies dit kromme is het belangrijkste punt dat het meeste naar voren wordt gebracht in discussies over Open Access. Hiermee wordt er naar mijn mening geen recht gedaan aan de andere argumenten en voordelen die Open Access met zich mee brengt. Hieronder 5 extra redenen om volledig over te stappen naar Open Access.

Een doctoraat in beeld gebracht

"Doctoraat", "promotieonderzoek", "promovendus zijn", "promoveren"...

Het betekent eigenlijk allemaal hetzelfde. In het Engels is er maar één woord voor: een "PhD". Tegenwoordig hoor je die term ook steeds vaker in Nederland. Er bestaan dus veel woorden voor, maar toch is het vaak moeilijk in woorden uit te leggen wat het nu eigenlijk is. Matt Might probeerde het daarom maar in afbeeldingen in "The Illustrated Guide to a Ph.D.". Een mooie samenvatting die ik zeker de moeite waard vond om even te vertalen: al was het maar vanwege de verwijzing naar het grote plaatje...

Stel dat deze circel alle kennis van de mensheid voorstelt:

Wie ben ik?

Ik ben Gerjon Ikink. Als kind wilde ik ontdekkingsreiziger worden. Later begreep ik dat de hele wereld al wel zo'n beetje ontdekt was en met reizen eigenlijk niets meer te verdienen viel (zelfs geld kost). Nu ben ik wetenschapper. Op zich ligt dat nog niet zo ver bij elkaar vandaan:

Waarom dit wetenschapsblog?

Hoewel tegenwoordig iedereen gewend is aan de aanwezigheid van 'wetenschap' in de samenleving, lijkt de samenleving toch maar weinig inzicht te hebben in de wetenschap. Als wetenschapper is het bijvoorbeeld bijna tenenkrommend om dingen te horen als: “wetenschappelijk bewezen”. Iets ‘wetenschappelijk bewijzen’ kan per definitie namelijk niet. Toch hoor je dit maar al te vaak in reclames, het nieuws en in de politiek. Heel soms betrap ik zelfs een wetenschapper met het zeggen dat hij iets ‘bewezen’ heeft.

In rechtzaken wordt er dankzij de populariteit van TV programma’s als CSI onrealistisch veel verwacht van forensische wetenschap. In tegenstelling tot wat in deze TV programma’s wordt laten zien, rolt een DNA-test namelijk niet binnen een paar minuten eenvoudig uit een machine en kan het ook nooit een 100% match geven.

Maar ook dichter bij de wetenschap merk je soms weinig inzicht in hoe de wetenschap in elkaar zit. Door fondsen wordt steeds minder geld gegeven aan fundamenteel onderzoek, terwijl (het woord zegt het al) dit toch het fundament vormt voor toegepast onderzoek in de toekomst. En zelfs wetenschappelijke uitgevers komen soms over alsof ze de wetenschap niet begrijpen, aangezien ze tegenwoordig bijzonderheid en nieuwheid belangrijker lijken te vinden dan wetenschappelijke kwaliteit en onafhankelijke reproductie.

Ook valt het me op dat veel niet-wetenschappers maar beperkt inzicht hebben in het proces van wetenschappelijk onderzoek: waarom onderzoekt een wetenschapper iets, hoe wordt dit precies onderzocht, wat zijn de beperkingen van die methoden en hoe lang duurt een onderzoek? Zulke essentiële details uit het wetenschappelijke artikel worden door de media vaak overgeslagen: er wordt meteen over de conclusies en de gevolgen daarvan geschreven. Dit helpt ook niet echt om de wetenschap beter te begrijpen.

Maar ik denk dat het ook een beetje de schuld is van wetenschappers dat er weinig inzicht is in de wetenschap. De meeste wetenschappers houden zichzelf (en hun onderzoeksresultaten) namelijk ver uit de buurt van niet-wetenschappers, want “die begrijpen het toch niet” en “anders moet ik zoveel uitleggen”. Gezien de hoge druk dat er op wetenschappers staat misschien wel een logische gedachte, maar het maakt de inzichtskloof tussen wetenschappers en niet-wetenschappers natuurlijk alleen maar groter, en het wantrouwen mogelijk ook. Bovendien loop je dan het gevaar om als wetenschapper te blijven hangen in je onderzoeksonderwerp en dus het grote plaatje uit het oog te verliezen.

Mijn doelen met dit blog zijn om die inzichtskloof te verkleinen en het grote plaatje rond de wetenschap te verkennen. Ik zal proberen niet-wetenschappers wat meer inzicht te geven over de wetenschap, het wetenschappelijke proces en wetenschappers. Ik zal zelf wat stappen buiten de harde kern van de wetenschap wagen om te zien wat er aan de buitenste randjes gebeurd, voor mezelf en mijn mede-wetenschappers. Ik wil ook goed vooruit kijken naar de toekomst van de wetenschap en hoe we die efficiënter en eerlijker kunnen maken. Zo krijgen we hopelijk wat meer wetenschap in de politiek (evidence-based policy) en brengen we de wetenschap weer wat dichter bij de maatschappij.